Stef van der Ziel

De Club van 100: Liberalen, hamer en sikkel, tafelzilver en fine dining.

Een borrel met hamer en sikkel op het etiket, en een diner tussen de kroonluchters van een herenboer. Met de Club van 100 Groningen waren we te gast in het Oldambt. Twee adressen, een paar kilometer uit elkaar, en toch twee tegenovergestelde werelden die verstrengeld zijn.

We begonnen bij de Groninger Genever Stokerij in Oostwold. Freek en Henriëtte stoken daar 'van korrel tot borrel', traditionele genever, likeur en whisky, grotendeels van rogge uit Westerwolde. Ook de Fladderak komt hier vandaan, het enige echte Groninger drankje.

Kijk even naar de flessen. Het communistische logo is geen grapje van een ontwerpbureau. Het is een knipoog naar het opstandige verleden van de streek. De stokerij noemt het Oldambt zelf het grimmigste stukje Nederland.

Etiket Genever Kameraad van de Groninger Genever Stokerij: arbeider met hamer en fles, in sovjetstijlFles Fladderak, het enige echte Groninger drankje, op de bar van de stokerijHet proeflokaal van de stokerij in Oostwold met het doek Jenever Walk AloneFreek vertelt in de schuur van de stokerij, onder het houten dakStoker Freek bij de koperen ketel van de Groninger Genever StokerijHet voorhuis van Boerderij Hermans Dijkstra in Midwolda, rijksmonument uit 1858
Groninger Genever Stokerij in Oostwold en Boerderij Hermans Dijkstra in Midwolda. Klik voor groot.

Daarna door naar het diner in Boerderij Hermans Dijkstra in Midwolda. Een lange laan met linden, een Engelse landschapstuin, en daarachter een paleis, een rijksmonument met een woonhuis uit 1858. Binnen is alles ingericht zoals bij een rijke herenboer rond 1900.

Hamer en sikkel bij de borrel, zilver en pluche bij het diner. Wie dat contrast wil begrijpen, moet terug naar het begin. Naar het water.

Land dat de zee teruggaf

Dit stuk Groningen is letterlijk op de zee veroverd. Talloze stormvloeden sloegen hier toe. Ruim dertig dorpen en drie kloosters verdwenen in het water. Rond 1509 stond de zee tot aan Winschoten: de Dollard was geboren.

De meeste dorpen in het Oldambt verhuisden naar hogere grond. Vanaf de zestiende eeuw begon het terugvechten. Dijk na dijk, polder na polder, werd de Dollard teruggedrongen tot ongeveer een derde van zijn grootste omvang. De eerste inpoldering dateert van 1545, de laatste polders kwamen pas in de twintigste eeuw.

En toen kwam een regel die alles veranderde. Wie al land had aan de rand van de Dollard, kreeg het nieuwe land dat erachter werd ingedijkt gratis. Dat heette het recht van opstrek. Je land liep gewoon door, de voormalige zee in helemaal tot aan de dijk. Echt gratis was het niet helemaal: wie het land kreeg, droeg wel de lasten van dijk, sluis en afwatering.

Dat recht bepaalde voor eeuwen wie hier de baas was. De boeren die al grond hadden, kregen er generatie na generatie enorm veel hectares bij. Wie geen grond had, kreeg niets.

Graan als goud

De jonge Dollardklei bleek uitzonderlijk vruchtbaar. Op die nieuwe grond was het goed boeren, en in de negentiende eeuw werd de boeren schatrijk. Het graan bracht goud op. Het Oldambt kreeg de bijnaam Graanschuur van Europa. De Graanrepubliek.

De herenboeren lieten dat zien ook. Langs de Hoofdweg tussen Woldendorp en Nieuwolda, en in Midwolda, Oostwold en Finsterwolde, staan gigantische voorhuizen als kastelen met grote schuren erachter. Hermans Dijkstra is daar een gaaf voorbeeld van, van buiten en van binnen. Wie hier rondrijdt, denkt met deze paleizen eerder aan Wassenaar of Laren dan aan Oost-Groningen.

De boeren waren ook vooruitstrevend. Ze investeerden dankzij hun rijkdom als eersten in de nieuwste machines en vanaf ongeveer 1860 werden ze daardoor nog rijker. Elke machine die erbij kwam, betekende echter ook werk dat verdween, voor de arbeiders op het land.

Rijk aan de voorkant, armoede in de schuur

De rijkdom werd nauwelijks gedeeld. De herenboer woonde in het voorhuis, het personeel werkte en woonde in de keuken en de schuur. Lage lonen, seizoenswerk, en steeds minder werk door de machines. Eigenlijk ontstond zo een feodaal systeem: de rijksten van Nederland naast een onderklasse zonder grond en zonder perspectief.

Dat ging niet zonder weerstand. Al aan het eind van de negentiende eeuw kwamen landarbeiders in opstand. Socialistische voormannen als Domela Nieuwenhuis werden hier lokale helden.

Het hoogtepunt kwam op 1 mei 1929. Toen brak in het Oldambt de grootste landarbeidersstaking uit de Nederlandse geschiedenis uit. Zo'n vijfduizend arbeiders legden het werk neer, voor tien procent meer loon en tegen de opmars van de landbouwmachines. Die staking werd niet door communisten uitgeroepen, maar door de socialistische landarbeidersbond, de voorloper van wat nu FNV is.

Klein Moskou aan de Dollard

De rijke bodem van de Graanrepubliek bleek niet alleen voor graan een ideale voedingsbodem, maar door de extreme verschillen ook voor socialisme en communisme. In de gemeenteraden zag je de klassenstrijd terug: de herenboeren stemden Gemeentebelangen, de landarbeiders CPN.

Nergens in Nederland ging dat zo ver als in Oldambt. In Beerta stuurde de regering in 1933 de gemeenteraad naar huis, een regeringscommissaris bestuurde het dorp tot 1935. Finsterwolde had van 1935 tot 1939 een communistische meerderheid in de raad, en opnieuw vanaf 1946.

In 1951 vond het kabinet-Drees het genoeg. Met een speciale wet werd de gekozen raad van 'Klein Moskou' (Finsterwolde) buitenspel gezet. Burgemeester Tuin werd regeringscommissaris, tot september 1953. Daarna won de CPN gewoon weer. En het bleef er lang rood. Van 1982 tot 1990 had Beerta als enige gemeente van Nederland een communistische burgemeester.

Deze zomer stond er een negen meter hoge Lenin van zeventienduizend kilo in een graanveld bij Oostwold. Lenin was het decorstuk voor de muziektheatervoorstelling De Graanrepubliek van Zummerbühne, van 5 augustus tot 6 september. Over dat beeld is in Oldambt flink gediscussieerd. Typisch Graanrepubliek: na een eeuw nog steeds een twistpunt.

Geen helden, geen schurken

Het is verleidelijk om er een sprookje van te maken. Rijke boer slecht, arme arbeider goed. Zo simpel was het niet. Er ging aan beide kanten veel mis.

Een tijdgenoot beschreef hoe de boer het personeel liet verbannen naar de donkere koegang, als paria's uitgesloten, terwijl de luxe in het voorhuis niet op kon. Er gaat zelfs het verhaal dat sommige herenboeren het loon niet uitbetaalden, maar over het erf strooiden. Zodat de arbeiders moesten bukken voor de baas.

Een ander verhaal dat in de streek rondgaat: arbeiders kregen hun loon uitbetaald in de kroeg, en die kroeg was van de boer. De helft van het weekloon ging daar meteen op aan goedkope jonge jenever. Boodschappen moesten ze ook bij de boer halen. Zo haalde de boer zijn guldens gewoon weer terug. Of het overal zo ging, weet niemand meer precies. Maar neem bij de stokerij een genever en proef de diepe sporen van de regio.

De machines maakten het erger. In Beerta stonden in 1889 al 54 stoomdorsmachines. Het dorsen was juist het winterwerk van de arbeiders. Dat verdween, en de winters werden werkloze winters.

En toen in 1929 vijfduizend arbeiders staakten, ronselden de boeren ruim tweeduizend stakingsbrekers. Christelijke landarbeiders kwamen uit Friesland, tuinders uit Zuid-Holland stapten onder het zingen van het Wilhelmus en met oranje strikjes op de trein naar Groningen. Ondertussen kochten de boeren in hoog tempo extra machines. Zo kwam toch de helft van de oogst binnen.

In de winter van 1892 op 1893 leek het Oldambt op de rand van een revolutie te staan. Tientallen demonstraties, straatrellen, vernielingen en brandstichting. De regering stuurde militairen en bouwde marechausseekazernes in de dorpen. Westerman noemt ook de staking van 1929 lang en gewelddadig.

Vlak voor kerst 1952 bezetten werkloze arbeiders de raadszalen van Beerta en Finsterwolde. In Beerta blokkeerden ze de uitgang, zodat de raadsleden niet naar huis konden. Twintig van hen kregen celstraf. Bij thuiskomst werden ze als martelaren onthaald.

De wet waarmee Den Haag in 1951 de raad van Finsterwolde opzijzette, sprak van grove verwaarlozing van het gemeentebestuur. Historici plaatsen daar vraagtekens bij: de Koude Oorlog en communistenangst speelden ook een rol. Maar het communistische Finsterwolde liet ontslagen stakers wel betalen uit de gemeentekas. En in 1963 werd CPN-wethouder Harm Haken met andere Groningse communisten opgepakt voor verzekeringsfraude na een brand in het partijgebouw. De partij sprak van slordigheid.

Weerstand tegen vernieuwing bleef ook. De Verenigde Communistische Partij in Oldambt is zelfs ontstaan uit verzet tegen Blauwestad, volgens de partij een plan voor rijke Randstedelingen. Blauwestad gaf een groot stuk land terug aan water, en het is er mooi wonen. Het heeft het gebied veel goed gedaan, ook de arbeiders die er in de buurt wonen. De weerstand tegen verandering of verbetering heeft een begrijpbare geschiedenis, maar zat vooral de mensen zelf in de weg.

Van de regen in de drup

Het socialisme gaf de arbeider een stem, maar tilde hem niet op. Het hield hem klein. De arbeider werd vooral zielig gevonden. Hij werd betutteld, en er werd met uitkeringen gestrooid. Iemand die je zielig vindt, hoef je niets te leren en hoef je ook niets te vragen.

Neem het wonen. Al sinds de Landarbeiderswet van 1918 konden landarbeiders een eigen huisje met een lap grond kopen, en dat per week afbetalen. Een moestuin, een geit, een paar kippen. Klein, maar van jezelf. Na de oorlog moest dat plaatsmaken voor nette, eenvormige huurwoningen. In Ganzedijk bouwde de communistische raad in de jaren vijftig bewust huizen waaraan je het verschil tussen rijk en arm niet meer zag. Goed bedoeld. Maar daarmee verloren arbeiders juist hun eigendom, hun kleine bestaan ernaast, en een stuk identiteit.

En dan de cultuur. 'Het was niks, het is niks, en het wordt ook nooit wat.' Dat elkaar in de put praten ging generaties lang mee, ook toen de oorzaken allang verdwenen waren. Wie toch zijn kop boven het graanmaaiveld uitstak, was al gauw niet meer 'een van ons'. Ambitie werd verdacht. Zo trok de beweging die de arbeider wilde bevrijden hem uiteindelijk zelf die dikke blauwe klei weer in.

Boeren werden nog lang met de nek aangekeken. Terwijl de herenboeren al lang niet meer zo rijk waren. Schaalvergroting, kunstmest en mechanisatie werden overal in Europa gewoon. Het Oldambt verloor zijn voorsprong.

En de ironie: dat gebeurde met de Graanrepubliek als voorbeeld. Sicco Mansholt, in 1908 geboren in een Oldambster herenboerenfamilie, werd na de oorlog minister van Landbouw. Vanaf 1958 bouwde hij als eerste Europese landbouwcommissaris het gemeenschappelijk landbouwbeleid op. Zijn drijfveer: een hongerwinter zoals in 1944-1945 mocht nooit meer gebeuren.

De slogan 'nooit meer honger' wordt hem vaak toegeschreven. Zijn biograaf Johan van Merriënboer zegt dat Mansholt dat zo nooit zei, en dat het hem vooral ging om het einde van de kleine, arme boerderij.

In het Oldambt normaliseerden de verhoudingen langzaam. Arbeiders kregen betere opleidingen en beter werk. Initiatieven die eerst op veel weerstand stuitten, brachten uiteindelijk meer welvaart. Toch moet de regio economisch nog altijd een inhaalslag maken.

Liberalen aan tafel bij de herenboer

Zelfs anno 2026 zorgde dit onderwerp voor discussie. Ook bij een club die toch overwegend liberaal is. Over polarisatie. Over de rol van de boeren en die van de arbeiders. Over wat socialisme en communisme hier hebben gebracht, en wat ze hebben gekost. En vooral: hoe nu verder?

Want de tegenstelling van toen is niet helemaal weg. Hij is alleen van vorm veranderd. Stad tegen ommeland, Randstad tegen regio, en heel actueel, activisten en overheidsbeleid tegen de boer, na jaren pushen tot schaalvergroting, nu een koersverandering naar natuur en biologisch boeren, met protesten tot gevolg. Wie het Oldambt begrijpt, begrijpt een stuk van het onbehagen in Nederland.

Laat je verrassen in de Graanrepubliek

Een van de kansen voor de inhaalslag ligt gewoon op straat: toerisme. Het verhaal van de Graanrepubliek is een Europees verhaal. Over land op de zee veroveren, over rijkdom en uitbuiting, over Mansholt en Brussel, over de Nederlandse koploperpositie in voedselproductie en innovatie.

En het speelt zich af in een prachtig gebied. Met herenboerderijen die getuigen van een rijkdom die je hier niet verwacht. Volg de Route Graanrepubliek, proef de Fladderak in Oostwold, eet bij Hermans Dijkstra in Midwolda. Laat je verrassen in het Oldambt.

Zelf de Graanrepubliek in

Wie na de genever en het diner meer wil zien, heeft genoeg te doen.

  • Route Graanrepubliek. Een autoroute van zo'n 65 kilometer, van Huninga's Heem in Oostwold tot Paviljoen Flonk aan het Oldambtmeer. Langs de herenboerderijen, de arbeiderswoningen en de polders. Liever lopen: de wandelroute Graanrepubliek start bij Museum Stoomgemaal De Hoogte en duurt anderhalf uur.
  • Ennemaborg en het Midwolderbos. Een borg uit omstreeks 1391 met een barokke tuin en twee gerestaureerde arbeidershuisjes, van de oudste huizen van Midwolda. In het bos erachter lopen konikpaarden, hier voor het eerst in Nederland ingezet als grazers.
  • Strokartonfabriek De Toekomst in Scheemda. Ook het stro van de Graanrepubliek bracht geld op. Hier werd tot 1968 strokarton gemaakt. Het rijksmonument is tussen 2009 en 2011 gerestaureerd. Paul Verhoeven filmde er een deel van Zwartboek.
  • De Dollard. Fiets naar Nieuwe Statenzijl en loop over de plankieren naar vogelkijkhut De Kiekkaaste, de enige buitendijkse kijkhut van Nederland. Hier zie je waar het land van de Graanrepubliek vandaan kwam. Kluten, zeehonden en eindeloze kwelders.
  • Vestingdorpen Oudeschans en Bad Nieuweschans. Gebouwd tegen de Spanjaarden, later ingehaald door de aanslibbende Dollard. Nieuweschans heeft een beschermd dorpsgezicht en een vestingmuseum.
  • Heiligerlee. Het Museum Slag bij Heiligerlee over het begin van de Tachtigjarige Oorlog, en het Klokkengieterijmuseum in de oude fabriek van de familie Van Bergen.
  • Oldambtmeer en Blauwestad. Het meer dat de Graanrepubliek deels verving. Fiets over de Pieter Smitbrug, met 800 meter de langste fietsbrug van Europa.
  • Kloostergare. Niet in de regio, maar wel het verhaal: deze Oldambtster boerderij uit Beerta staat sinds 1974 in het Openluchtmuseum in Arnhem, ingericht zoals in het stakingsjaar 1929.

Twee boekentips

De Graanrepubliek van Frank Westerman. Dé klassieker over deze streek, uit 1999 en bekroond met de Dr. Lou de Jongprijs. Westerman volgt de herenboeren, de communisten en de familie Mansholt door de twintigste eeuw. Inmiddels vele malen herdrukt, met een jubileumeditie voor het 25-jarig bestaan. Deze zomer bewerkt tot muziektheater door Zummerbühne in Oostwold.

Smultatuli. Over Groningen als kolonie, en over Groningers die het 'kan niet' omzetten in 'kan wel' en eeuwen als wingewest van zich afschudden. Een hilarische schelmenroman over energieonafhankelijkheid en digitale soevereiniteit. Door een Russische kernonderzeeër te stelen en naar Groningen te slepen. Gratis te downloaden als eBook.

Ondernemer? Word ook lid van de Club van 100

We zijn een exclusief clubje ondernemers en politici, met een liberaal hart. D66 en VVD bijvoorbeeld, of partijloos: leerzame bijeenkomsten, leuke diners, leuke mensen, en een goed netwerk met ondernemers en politiek. Meld je aan: clubvan100groningen.nl

Bronnen

Veelgestelde vragen

Wat is de Graanrepubliek?

De bijnaam van het Oldambt in Oost-Groningen, waar herenboeren in de negentiende eeuw schatrijk werden met graan op jonge Dollardklei, naast een arme onderklasse van landarbeiders. Frank Westerman maakte de naam bekend met zijn boek De Graanrepubliek (1999).

Waarom heet Finsterwolde Klein Moskou?

Finsterwolde had vanaf 1935 en opnieuw vanaf 1946 een communistische meerderheid in de gemeenteraad. In 1951 zette het kabinet-Drees de raad met een speciale wet buitenspel, tot september 1953. Daarna won de CPN opnieuw.

Wat is het recht van opstrek?

De regel dat wie al land had aan de rand van de Dollard, het nieuwe land dat erachter werd ingedijkt erbij kreeg, in ruil voor de lasten van dijk, sluis en afwatering. Zo groeide het grondbezit van bestaande boeren generaties lang, en kregen landlozen niets.

Stef van der Ziel

Internetpionier (online sinds 1994), streaming expert en spreker over digitale soevereiniteit. Bedenkt als guerilla marketeer campagnes zonder mediabudget.

Boek Stef als spreker

Meer artikelen

30 september 2026 · Soevereiniteit · In het nieuws

Geld voor digitale autonomie ligt gewoon op tafel

Bert Hubert schreef vandaag in iBestuur een stuk dat iedereen in Den Haag zou moeten lezen. De regering heeft de afgelopen weken minstens vier keer op schrift uitgelegd dat er geen geld is, niet voor digitale autonomie, en niet voor de nieuwe Nederlandse Digitale Dienst die daaraan zou moeten werken. De aansturing is verdeeld over twee ministeries. En de Digitale Dienst dreigt een papieren club te worden. Bert noemt het een drievoudige valse start, met een vierde erbovenop: we doen alsof het allemaal goed gaat.

Lees verder

29 september 2026 · Streaming · Soevereiniteit

De broadcastmindset versus de internetmindset

Waarom je een internetprobleem niet oplost met een broadcastmindset, en waarom kopiëren van oplossingen zonder ze te kennen niet werkt.

Lees verder

25 september 2026 · Soevereiniteit · Streaming · Privacy

Goedkoop, goed, groen én soeverein? Je hoeft niet te kiezen

Vooroordelen. "Als we alles Europees hosten, wordt het veel duurder." "Europese diensten zijn minder goed." En mijn favoriet: "We willen een zorgvuldige afweging maken tussen kosten, soevereiniteit en duurzaamheid."

Lees verder

Blog

Alle artikelen

Lees verder

Contact

Stef boeken als spreker

Lees verder