Elk jaar maken we met z’n allen een gigantisch bedrag over naar de andere kant van de oceaan, voor diensten die we prima zelf kunnen leveren. Het is in werkelijkheid een van de grootste economische lekken van Europa. Het mooie is: een lek kun je dichten, en elke euro die je daarmee terughaalt, werkt hier dubbel zo hard voor onze eigen welvaart.
€264 miljard per jaar de deur uit
Europese organisaties betalen Amerikaanse cloud- en softwarebedrijven jaarlijks zo’n €264 miljard, ruim 80 procent van alles wat Europa aan zakelijke cloud en software uitgeeft (Asterès/Cigref). Voor Nederland is dat naar rato ruim €15 miljard per jaar.
Die rekening loopt bovendien hard op. Prijzen stegen de afgelopen drie jaar met gemiddeld bijna 9 procent per jaar, met uitschieters tot 51 procent bij contractverlenging. Niet omdat de techniek duurder wordt, maar omdat het kan: een handvol leveranciers, hoge overstapkosten en klanten die vastzitten. Tegen 2030 kost ons dat jaarlijks €140 miljard extra en zo’n 1,4 miljoen banen die er nooit komen (Asterès/Cigref 2026).
Wat elke procent oplevert
Draai het om, en reken mee. Volgens Asterès levert het terughalen van 15 procent van wat Europa nu in de VS inkoopt tegen 2035 zo’n 463.000 banen op (Le Monde Informatique). Dat zijn ruwweg 11.700 banen voor elke miljard euro die we terugbuigen. Vertaal dat naar harde euro’s en mensen:
- Elke procent in Europa is €2,6 miljard per jaar aan omzet voor Europese bedrijven, goed voor zo’n 30.000 banen.
- Elke procent in Nederland is €150 miljoen per jaar die hier blijft, goed voor ruim 1.700 banen.
- Tien procent in Nederland is €1,5 miljard per jaar, ruim 17.000 banen, en grofweg €600 miljoen per jaar aan belastingen en premies, want de Nederlandse overheid haalt ongeveer 40 procent van wat onze economie verdient op aan belastingen en premies (CBS).
Dit is een ruwe rekensom, de orde van grootte is duidelijk. Het belangrijkste effect tellen we dan nog niet eens mee:
Het vliegwiel
Elke hightechbaan levert op termijn vijf extra banen op buiten de tech: leraren, verpleegkundigen, timmerlieden, de horeca. Dat ontdekte econoom Enrico Moretti in een onderzoek onder 11 miljoen werknemers (Brookings). De 17.000 banen uit dat ene rekenvoorbeeld zijn dus niet het eindpunt, maar het begin.
Zo werkt dat vliegwiel: de euro die hier blijft wordt omzet, de omzet wordt een datacenter in het Noorden, eigen software en eigen diensten. Daar werken mensen die hier wonen, hier hun huis kopen, hier hun boodschappen doen en hier belasting betalen. Met die belasting betalen we onze scholen, onze zorg en onze wegen. Hoe harder dat wiel draait, hoe meer bedrijven zich eromheen vestigen. Een euro naar een Amerikaanse licentie doet dat allemaal ook, maar dan daar. Kwestie van kiezen dus: meer economie daar is minder hier en andersom.
Soeverein is goedkoper, niet duurder
Het hardnekkigste misverstand is dat soevereine diensten duurder zijn. Het omgekeerde is vaak waar. Met Jet-Stream tonen we al jaren aan dat digitale soevereiniteit en privacy hand in hand gaan met lagere inkoopkosten. We draaien op eigen, efficiënte Europese infrastructuur in plaats van op een hyperscaler, en onze klanten betalen daardoor minder, terwijl hun geld in Europa blijft in plaats van naar de VS te stromen.
We zijn niet de enigen. De Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein zette Microsoft bij de deur en bespaart nu ruim €15 miljoen per jaar aan licenties, na een eenmalige investering van €9 miljoen (heise). Binnen een jaar terugverdiend, en die €9 miljoen ging naar ontwikkelaars en open source die blijft. 37signals haalde zijn diensten en 18 petabyte opslag terug van AWS naar eigen servers en bespaart ruim $3 miljoen per jaar, zonder één extra medewerker (The Register). Ze tonen aan dat de hyperscalers technisch wel schalen, maar qua kosten niet, ondanks de beloften.
Dat is dubbele winst. Je bespaart op je inkoop, en het geld dat je nog wel uitgeeft, landt in je eigen economie, die daar een multiplier kent.
Pas op voor sovereign-washing
Een groot risico is sovereign-washing: partijen die doen alsof ze soeverein en compliant zijn om handel naar zich toe te trekken, terwijl ze onder de motorkap gewoon op Amerikaanse hyperscalers en software draaien. Zulke partijen zijn onbetrouwbaar. Ze verleggen hun eigen afhankelijkheid uit economisch gewin naar jou, als groot risico voor jouw organisatie, en de euro's die je bij hen uitgeeft lekken alsnog naar buiten de EU. Vraag daarom altijd om bewijs: waar draait het werkelijk, onder welke jurisdictie, en wie is de eigenaar? Een label of een brochure is geen antwoord.
We gaan niet kopiëren, we gaan ze voorbij
Niemand hoeft een Europese AWS te bouwen, want kopiëren is achterlopen. Europa vond het web uit bij CERN, Linux kwam uit Helsinki, Skype uit Tallinn, en de chipmachines waar de hele wereld op draait komen uit Veldhoven. Wij kunnen dit.
Wat we nu kunnen bouwen is de volgende generatie: energiezuinig, privacy by design, open standaarden, portabel en multi-vendor. Precies wat de hyperscalers niet kúnnen leveren, want hun hele verdienmodel draait op lock-in en data. Een markt waarin Amazon, Microsoft en Google samen 70 procent hebben (Synergy Research), is een markt die innovatie smoort. Elke procent die we terugwinnen, opent de deur voor nieuwe spelers met nieuwe ideeën.
Het speelveld ligt scheef
Waarom gebeurt dit dan niet vanzelf? Omdat het speelveld niet gelijk is. Een Nederlandse ICT-ondernemer betaalt hier gewoon het volle tarief aan vennootschapsbelasting. Een Ierse dochter van Microsoft boekte $315 miljard winst en betaalde geen cent vennootschapsbelasting, via Bermuda (Windows Central). Zes grote Amerikaanse techbedrijven betaalden het afgelopen decennium gemiddeld zo’n 16 procent winstbelasting, bijna $278 miljard minder dan de wettelijke tarieven (Fair Tax Foundation).
Een minimumbelasting moest dat rechtzetten, maar sinds januari 2026 vallen Amerikaanse concerns grotendeels buiten de belangrijkste aanvullende heffingen (AccountingWEB). Laten we eerlijk zijn: Nederland heeft met de “Dutch sandwich” jarenlang zelf die boterhammen gesmeerd. Tijd om eigen huis op orde te brengen.
Daarbovenop betalen Europese bedrijven volgens Mario Draghi twee tot drie keer zoveel voor stroom als in de VS en China (DLA Piper), en geeft Amsterdam door netcongestie tot 2035 geen vergunningen meer voor nieuwe datacenters (Accountant.nl). Zonder betaalbare stroom geen Europese cloud, zonder Europese cloud geen Europese AI, en zonder Europese AI geen eigen economie.
De overheid weet niet eens wat het kost
De overheid kan hier het verschil maken, want ze is zelf een van de grootste ICT-inkopers van het land. Alleen: niemand weet precies hoeveel ze uitgeeft. Er is geen compleet overzicht. Wat we wel weten: Nederlandse gemeenten betaalden in 2025 samen bijna €185 miljoen aan Microsoft alleen, ruim €10 per Nederlander. Experts schatten dat de hele overheid jaarlijks €2 tot 3 miljard aan Microsoft kwijt is (ICT Magazine). Dat is dan nog maar één leverancier.
Wat je niet meet, kun je niet sturen. Maar het betekent ook dat er een enorme, onbenutte hefboom ligt.
Welvaart eerst, onafhankelijkheid als bonus
Digitale soevereiniteit is geen kostenpost voor je principes. Het is big business. Elke procent die we terughalen, is geld in de kassa van Europese bedrijven, duizenden banen, en honderden miljoenen aan belastinginkomsten voor onze eigen scholen, zorg en wegen. Vaak ook nog tegen lagere inkoopkosten. Dat we daarmee ook onafhankelijk worden van een ander continent dat met één besluit onze diensten kan uitzetten, is een extra bonus, en geen kleine.
De echte kostenpost is niets doen, en die betalen we al, elk jaar weer met 9 procent erbij. De vraag is niet of we ons dit kunnen veroorloven. De vraag is hoe lang we ons het tegenovergestelde nog kunnen veroorloven.
Wil je weten wat dit voor jouw regio, organisatie of beleid betekent? Ik geef graag een briefing. Neem contact met me op.