Stef van der Ziel

De Europese Cloud: Soevereiniteit of Staatsdirigisme?

Een liberale analyse van Brussels digitale ambities. Sander van den Dussen sprak voor de Driemaster, het blad van de JOVD, met Stef van der Ziel over EuroStack, de CLOUD Act, DigiD en de vraag of een niet-wederkerige vrije markt nog een vrije markt is. Verschenen op 21 september 2026.

Europa staat op een kruispunt. Terwijl de geopolitieke spanningen toenemen en de relatie met de Verenigde Staten grilliger wordt dan ooit, klinkt in Brussel steeds luider de roep om 'digitale soevereiniteit'. Met initiatieven als GAIA-X, EuroStack en de aankomende Cloud and AI Development Act willen Europese beleidsmakers onze afhankelijkheid van Amerikaanse techgiganten verminderen. Het klinkt aantrekkelijk: wie wil er nu niet baas zijn over eigen data? Maar achter het nobele streven naar autonomie schuilt een gevaarlijke verleiding tot protectionisme, subsidie-afhankelijkheid en bureaucratische bemoeizucht.

Tegelijkertijd dwingt deze discussie ons liberalen tot een ongemakkelijke vraag: hoeveel grip hebben wij eigenlijk nog op onze eigen digitale vrijheid? En is ons klassieke begrip van liberalisme, met zijn nadruk op individuele keuzevrijheid en vrije markten, nog toereikend in een wereld waarin een handvol techgiganten de infrastructuur van ons dagelijks leven beheert? Voor dit stuk ging ik in gesprek met Stef van der Ziel, mede-oprichter van Jetstream en Cloud of the North, en als liberaal ondernemer iemand die deze spanning dagelijks van dichtbij meemaakt.

Het probleem: échte zorgen, verkeerde diagnose

Laten we eerlijk zijn: de zorgen over digitale afhankelijkheid zijn niet uit de lucht gegrepen. Meer dan tachtig procent van Europa's digitale technologieën en infrastructuur is geïmporteerd, en zeventig procent van de mondiale AI-basismodellen is afkomstig uit de Verenigde Staten. De Europese cloudmarkt wordt gedomineerd door Amazon Web Services, Microsoft Azure en Google Cloud. Dit creëert reële risico's.

De Amerikaanse CLOUD Act van 2018 geeft de VS de bevoegdheid om data op te eisen van Amerikaanse bedrijven, ongeacht waar die data fysiek is opgeslagen. Een Europees bedrijf dat gevoelige informatie opslaat bij Microsoft kan te maken krijgen met Amerikaanse dataverzoeken, zelfs als die data in een datacenter in Frankfurt staat. Dit conflict met de Europese privacywetgeving, met name de AVG, is echt en onopgelost. Van der Ziel is hier ondubbelzinnig over: "De CLOUD Act geeft verregaande macht over jouw gegevens: toegang tot gegevens, maar ook de mogelijkheid om toegang te blokkeren. Dat laatste helpt encryptie niet tegen. Encryptie is gewoon geen oplossing." De wet creëert daarmee een architectureel probleem dat geen contractenrecht en geen dataresidentie kan oplossen.

Dat dit geen hypothetische zorg is, bleek in februari 2026 pijnlijk duidelijk. Het Nederlandse cloudbedrijf Solvinity, dat de technische infrastructuur levert voor DigiD en MijnOverheid maar ook voor het ministerie van Justitie en Veiligheid en het Openbaar Ministerie, bleek te zijn overgenomen door het Amerikaanse Kyndryl. De Tweede Kamer debatteerde er breed over: zodra Kyndryl eigenaar is, vallen de inloggegevens van miljoenen Nederlanders onder het bereik van de Amerikaanse CLOUD Act. Meer dan 160.000 mensen tekenden een petitie. Een meerderheid van de Kamer steunde een motie om DigiD bij voorkeur in Nederlandse of anders Europese handen te houden, maar moest tegelijk erkennen de overname juridisch niet te kunnen tegenhouden. Van der Ziel, die destijds zelf betrokken was bij pogingen om Solvinity in Nederlandse handen te houden, is helder over de oorzaak: "De overheid had voldoende middelen maar niet de harde wil om door te pakken. De wortel en de stok zijn we in Nederland niet gewend, terwijl de VS een actieve en agressieve strategie hanteert. Het is een mentaliteitsverschil."

De geopolitieke werkelijkheid van 2025 had dit al minder abstract gemaakt. In mei van dat jaar blokkeerde Microsoft de toegang tot de mailbox van ICC-hoofdaanklager Karim Khan, naar verluidt vanwege Amerikaanse sancties. EU-parlementslid Aura Salla reageerde onomwonden: "Dit laat zien dat de EU Amerikaanse besturingssysteemaanbieders niet kan vertrouwen." Erkenning van een probleem is echter geen rechtvaardiging voor elke willekeurige oplossing. En hier beginnen de liberale alarmbellen te rinkelen.

EuroStack: van autonomie naar autarkie?

Het EuroStack-initiatief, oorspronkelijk gelanceerd in februari 2025 door innovatie-econoom Francesca Bria en inmiddels gesteund door een brede coalitie van Europese bedrijven, kennisinstellingen en het ITRE-comité van het Europees Parlement, presenteert een ambitieuze visie. De kern: Europa moet een eigen 'digitale waardeketen' opbouwen, van halfgeleiders tot cloud tot AI. Dit vereist volgens de voorstanders circa driehonderd miljard euro aan investeringen over tien jaar, gecombineerd met een 'Buy European'-beleid voor publieke aanbestedingen.

De initiatiefnemers benadrukken dat het niet om autarkie gaat maar om 'strategische weerbaarheid'. Toch verraden de concrete beleidsvoorstellen een andere richting. Het Buy European Digital Act-voorstel stelt dat tegen 2030 minstens de helft van alle publieke cloudaanbestedingen naar 'betrouwbare Europese aanbieders' moet gaan. Bedrijven moeten voldoen aan een vijfdimensionale test om als 'soeverein Europees' te kwalificeren, inclusief eisen over vestigingsplaats van het hoofdkantoor, besteding van het R&D-budget, en blootstelling aan extraterritoriale wetgeving.

Dit is protectionisme met een diplomatiek jasje. Wanneer de overheid bepaalt welke bedrijven wel en niet mogen meedingen naar contracten op basis van nationaliteit in plaats van kwaliteit, verlaten we het terrein van de vrije markt. Dat de beweging inmiddels ook institutionele steun geniet, maakt de analyse niet anders, maar verhoogt wel de urgentie ervan.

De liberale kritiek: drie fundamentele bezwaren

Ten eerste: voorkeursbeleid creëert geen concurrentiekracht. Het fundamentele probleem van de Europese techsector is niet dat overheden te weinig Europees inkopen, maar dat Europese bedrijven onvoldoende kunnen concurreren met Amerikaanse alternatieven. Dat heeft dieperliggende oorzaken: gefragmenteerde Europese kapitaalmarkten die het voor startups moeilijk maken om te schalen, een cultuur van risicomijding, en overregulering. Van der Ziel voegt daar een ongemakkelijke eerlijkheid aan toe: "In de VS zijn ze slimmer, agressiever en met diepe zakken in staat om mooie producten te bouwen. In de EU zijn we luier en naïever geweest." Een 'Buy European'-verplichting pakt die oorzaken niet aan. Het subsidieert zwakte in plaats van sterkte te kweken.

Ten tweede: gedwongen lokalisatie verhoogt kosten voor burgers en bedrijven. De reden dat Europese organisaties massaal kiezen voor Amerikaanse clouddiensten is niet naïviteit maar rationaliteit: deze diensten zijn vaak beter, goedkoper en gebruiksvriendelijker. Een Europees alternatief dat alleen kan overleven dankzij aanbestedingsvoorkeuren is per definitie een tweederangs oplossing. De rekening komt terecht bij de belastingbetaler en bij Europese bedrijven die gedwongen worden suboptimale technologie te gebruiken. In een tijd waarin Europa al kampt met een productiviteitsachterstand, is dit economisch zelfbeschadiging.

Ten derde: het concept 'soevereiniteit' wordt misbruikt. Van der Ziel signaleert een specifieke variant die hij soevereiniteits-washing noemt: "Partijen die toch echt heel duidelijk niet Europees zijn, doen zich voor als soevereine en betrouwbare oplossing. Dat is kwalijk en mag wat mij betreft niet alleen door de markt worden afgestraft." Soevereiniteit zou keuzevrijheid moeten betekenen, niet gedwongen winkelnering. Wanneer Europese beleidsmakers de term gebruiken om de keuzemogelijkheden van burgers en bedrijven juist te beperken, verdraaien zij hem tot zijn tegendeel.

Het spookbeeld van GAIA-X

GAIA-X, het Duits-Franse cloudinitiatief dat al jaren loopt, illustreert de valkuilen van top-down industriebeleid. Na jaren van overleg, standaardisering en governance-discussies is het project verworden tot wat critici een bureaucratisch stelsel noemen. Er zijn inmiddels honderden leden en talloze werkgroepen, maar concrete marktresultaten blijven achter. Een commentator vatte het treffend samen: drieënhalf jaar praten en anderhalf jaar software maken.

Het risico is dat een gefedereerd Europees cloudmodel verwordt tot een inefficiënt systeem waarin innovatie en gebruiksgemak worden onderdrukt door compliance-eisen en interoperabiliteitsvereisten. Marktpartijen innoveren sneller dan commissies kunnen vergaderen. En laten we eerlijk zijn: we kennen allemaal wel die ambtenaar die met gepaste trots vertelt dat hij alles met Copilot doet, terwijl de output tien minuten later een bulletlijst met dooddoeners oplevert die hij zelf ook had kunnen verzinnen. Digitale transformatie, heet dat dan. De EuroStack-beweging, hoe breder haar bestuurlijke steun ook wordt, dreigt hetzelfde pad te bewandelen als ze haar energie in instituties stopt in plaats van in het wegnemen van de oorzaken van Europese technologische zwakte.

Brussel werpt meer wetgeving op de stapel

Naast EuroStack bereidt de Europese Commissie ook de Cloud and AI Development Act voor, een apart wetgevingsvoorstel dat bedoeld is om Europa's capaciteit voor cloud- en AI-technologie te versterken. Het voorstel richt zich specifiek op het tekort aan datacapaciteit in Europa en de gebrekkige marktpositie van Europese aanbieders van grootschalige cloudinfrastructuur.

Op zichzelf is het adresseren van infrastructurele lacunes minder problematisch dan aanbestedingsquota. Maar ook hier geldt dat het succes staat of valt met de uitvoering: stimuleert het echte concurrentie, of subsidieert het opnieuw bedrijven die zonder overheidssteun niet levensvatbaar zouden zijn? De komst van deze wet maakt duidelijk dat de Commissie de komende jaren actief wil ingrijpen in de cloudmarkt. Liberalen doen er goed aan dit debat niet over te laten aan pleitbezorgers van staatsdirigisme.

De ongemakkelijke vraag: is ons liberalisme nog actueel?

Tot zover de kritiek op Brussel. Maar intellectuele eerlijkheid vereist dat we ook de spiegel naar onszelf richten. Want het klassieke liberale antwoord, 'laat de markt zijn werk doen, de consument kiest wel', veronderstelt iets cruciaals: dat er daadwerkelijk betekenisvolle keuze bestaat. Is dat nog zo?

De digitale markt anno 2026 lijkt verdacht veel op de beroemde uitspraak van Henry Ford over de Model T: u mag elke kleur kiezen, zolang het maar zwart is. Zeker, je kunt kiezen tussen AWS, Azure en Google Cloud. Maar dat is geen echte keuzevrijheid in de liberale zin van het woord. Het is een keuze binnen een juridische monocultuur. Alle drie zijn Amerikaans, alle drie zijn onderworpen aan de CLOUD Act, en alle drie zijn onderdeel van een ecosysteem waarin de buitenlandse jurisdictie onlosmakelijk meekomt met de dienstverlening.

Van der Ziel voegt daar een argument aan toe dat het klassieke liberale kader direct raakt: "Sinds de jaren negentig was de belofte van het internet dat we één grote wereldeconomie zouden worden met een echt vrije open markt. Maar de VS hanteert de CLOUD Act, FISA Section 702 en CFIUS als instrumenten waarmee Amerikaanse belangen actief worden beschermd. Europese aanbieders opereren in de VS onder strenge nationale veiligheidseisen, terwijl Amerikaanse aanbieders in Europa vrijwel onbelemmerd opereren. Dat is geen vrije markt, dat is een asymmetrisch speelveld." Een vrije markt, zo luidt zijn conclusie, veronderstelt wederkerigheid. Die wederkerigheid ontbreekt volledig.

Hier stuiten we op een fundamentele spanning binnen het liberale denken. Klassiek liberalisme waarschuwt voor de macht van de staat over het individu. Maar wat als de bedreiging niet primair van de staat komt, maar van private monopolies die een machtspositie hebben opgebouwd die menig negentiende-eeuwse vorst zou benijden? Amazon, Microsoft en Google hebben samen meer invloed op ons dagelijks leven dan de meeste overheden. En via de CLOUD Act heeft de Amerikaanse overheid effectief toegang tot die private infrastructuur. Het klassieke onderscheid tussen publieke dwang en private dienstverlening vervaagt wanneer een overheid via een handvol bedrijven toegang heeft tot de data van honderden miljoenen mensen wereldwijd.

Geen pasklaar antwoord, wel een richting

Dit alles betekent niet dat we het Brusselse dirigisme moeten omarmen. De voorgestelde oplossingen blijven grotendeels verkeerd: protectionisme, subsidies en aanbestedingsquota op basis van nationaliteit zullen geen Europese kampioenen creëren maar beschermde middelmatigheid. Maar Van der Ziel maakt een onderscheid dat de discussie verscherpt: "Protectionisme is eigen industrie beschermen tegen eerlijke concurrentie. Soevereiniteitshandhaving is voorkomen dat een buitenlandse mogendheid je kritische infrastructuur juridisch kan overnemen. Het eerste is liberaal niet te verdedigen. Het tweede is de kern van wat een staat moet doen." Een aanbestedingseis die extraterritoriale juridische blootstelling uitsluit, is in zijn optiek geen nationaliteitsquotum, maar een veiligheidseis.

Dat onderscheid is bruikbaar. Een liberale benadering zou zich moeten richten op het herstellen van de voorwaarden voor echte concurrentie en keuzevrijheid, zonder te vervallen in centralistische planning. Dat betekent allereerst werk maken van een echte Europese kapitaalmarktunie, zodat Europese startups niet naar Silicon Valley hoeven voor groeifinanciering. Het betekent ook serieus mededingingsbeleid: niet het symbolische tikken op de vingers waar de EU patent op heeft, maar daadwerkelijk ingrijpen wanneer marktconcentratie de keuzevrijheid ondermijnt.

Voor de vraag of Europese alternatieven een tijdelijke steun in de rug nodig hebben, nuanceert Van der Ziel het debat: "Open standaarden en lage overstapkosten zijn noodzakelijk maar niet voldoende. Een Europese clouddienst die technisch gelijkwaardig is maar honderdmaal minder in R&D investeert, verliest die wedstrijd structureel. Ik ben niet principieel tegen een aanloopperiode, maar dan wel gebonden aan concrete prestatiecriteria en een harde einddatum. Geen permanente bescherming van zwakte." Zijn concrete voorstel: de overheid als launching customer voor Europese aanbieders die aan objectieve eisen voldoen. Dat is anders dan quota op basis van nationaliteit.

De EU Data Act, die sinds september 2025 volledig van kracht is en cloudproviders verplicht overstappen te vergemakkelijken, is een stap in precies die richting. Meer van dit beleid, minder aanbestedingsquota. En voor open source en open standaarden geldt hetzelfde: niet als staatsproject, maar als marktmechanisme dat lock-in vermindert en keuzevrijheid vergroot.

Conclusie: waakzaamheid zonder wanhoop

De roep om digitale soevereiniteit speelt in op reële zorgen. De technologische afhankelijkheid van Amerikaanse hyperscalers is een structureel probleem, en het is niet langer abstract. Het gaat over DigiD, over de mailbox van een internationale rechter, over de DNS-infrastructuur van het .nl-domein. De vraag wie de sleutel beheert tot onze digitale identiteit is een politieke vraag, en terecht dat de Tweede Kamer die stelt.

Maar de voorgestelde Europese oplossingen dreigen erger te zijn dan de kwaal. Een 'Buy European'-beleid leidt tot beschermde middelmatigheid, niet tot innovatie. Subsidies aan onrendabele bedrijven maken hen afhankelijk, niet concurrerend. En de stapeling van wetgevingsinitiatieven, van EuroStack tot de Cloud and AI Development Act, vergt kritische bewaking van liberalen die begrijpen dat goede bedoelingen geen garantie zijn voor goede uitkomsten.

Van der Ziel formuleert de uitdaging voor zijn eigen politieke familie helder: "Het vereist twee dingen die tegelijk schaars zijn: beleidsmakers die liberaal genoeg zijn om subsidie-reflexen te weerstaan, en liberalen die realistisch genoeg zijn om te erkennen dat een niet-wederkerige vrije markt geen vrije markt is. Ik zie die combinatie zelden in één debatruimte." Het is een eerlijke zelfreflectie, en een opdracht.

Die antwoorden liggen niet in protectionisme en staatsdirigisme. Maar ze liggen evenmin in naïef vertrouwen dat de markt vanzelf corrigeert. De ware liberale opdracht is het herstellen van de voorwaarden waaronder vrije keuze betekenisvol is: open markten, echte concurrentie, lage overstapkosten, en bescherming tegen machtsmisbruik, of dat nu van staten komt of van private partijen.

Soevereiniteit is de vrijheid om te kiezen. Die vrijheid is niet gebaat bij Brusselse betutteling. Maar ze is evenmin gebaat bij blinde overgave aan de wetten van een markt die allang niet meer vrij is. De liberale opdracht voor de komende jaren is helder: bevecht zowel het staatsdirigisme van Brussel als de juridische monocultuur van Silicon Valley, en bouw het beleid dat echte keuze mogelijk maakt.

Dit artikel van Sander van den Dussen verscheen in de Driemaster, het ledenblad van de JOVD, en is hier met toestemming overgenomen.

Driemaster pagina 12 en 13: De Europese Cloud, Soevereiniteit of Staatsdirigisme?Driemaster pagina 14 en 15: Het spookbeeld van GAIA-XDriemaster pagina 16: Conclusie en portret van Stef van der Ziel
Het artikel in de Driemaster, editie 1, jaargang 77

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen protectionisme en soevereiniteitshandhaving?

Protectionisme beschermt de eigen industrie tegen eerlijke concurrentie. Soevereiniteitshandhaving voorkomt dat een buitenlandse mogendheid kritische infrastructuur juridisch kan overnemen. Een aanbestedingseis die extraterritoriale juridische blootstelling uitsluit is daarmee een veiligheidseis, geen nationaliteitsquotum.

Helpt encryptie tegen de CLOUD Act?

Nee. De CLOUD Act geeft niet alleen toegang tot gegevens, maar ook de mogelijkheid om toegang te blokkeren. Tegen dat laatste helpt encryptie niet.

Is een tijdelijke steun in de rug voor Europese cloudaanbieders liberaal te verdedigen?

Alleen gebonden aan concrete prestatiecriteria en een harde einddatum, bijvoorbeeld met de overheid als launching customer voor aanbieders die aan objectieve eisen voldoen. Geen permanente bescherming van zwakte.

Stef van der Ziel

Internetpionier (online sinds 1994), streaming expert en spreker over digitale soevereiniteit. Bedenkt als guerilla marketeer campagnes zonder mediabudget.

Boek Stef als spreker

Meer artikelen

20 september 2026 · Streaming

Sterke en zwakke packaging-architecturen: wat een benchmark laat zien

Elf streamingketens gebenchmarkt zoals een kijker ze daadwerkelijk ontvangt: manifests en segmenten, geen datasheets. Wat de sterke ketens onderscheidde van de zwakke was niet budget en niet merk.

Lees verder

13 september 2026 · Soevereiniteit · Streaming · Privacy

De risico's van persoonsgegevens doorgeven aan de Verenigde Staten

Waarom je Amerikaanse clouddiensten beter niet gebruikt, ook niet als de servers en de data in de EU staan. Het meest onderschatte risico: de metadata over je publiek is niet van jou.

Lees verder

12 september 2026 · Soevereiniteit · Streaming · Privacy

Controleer zelf of een videoplatform echt soeverein is: acht checks op Jet-Stream

Wie beweert AVG-compliant te zijn en SEAL-niveau 4 te halen, moet dat kunnen bewijzen. Zo controleer je de soevereiniteit van Jet-Stream zelf, met dig, whois, curl en de ontwikkelaarstools van je browser. En zo controleer je elk ander platform.

Lees verder

Blog

Alle artikelen

Lees verder

Contact

Stef boeken als spreker

Lees verder