De term valt tegenwoordig in elke beleidsnota, maar de kern is simpel. Digitale soevereiniteit betekent dat jij bepaalt waar je data staat, wie erbij kan, welke leveranciers je gebruikt en onder welke voorwaarden. En vooral: dat je kunt overstappen zonder dat je organisatie stilvalt.
Drie lagen
Het helpt om drie lagen te onderscheiden. Infrastructuur: de servers, netwerken en clouds waarop alles draait. Data: wat je verzamelt, waar het staat en onder welk recht het valt. Distributie: de kanalen waarmee je je publiek bereikt, van e-mail tot video. Op elk van die lagen kun je afhankelijk zijn, en op elke laag kun je dat verminderen.
Wat het niet is
Soevereiniteit is niet hetzelfde als alles in eigen huis doen. Een Europese leverancier met open standaarden en een exit-plan kan soevereiner zijn dan een eigen serverkast zonder documentatie. Het gaat om keuzevrijheid: kun je morgen weg, en weet je wat dat kost?
De vraag is niet of je afhankelijk bent. Dat is iedereen. De vraag is of je het weet en of je eruit kunt.
Waar begin je
Maak een lijst van elke externe partij waar je organisatie niet zonder kan. Zet er per partij bij: waar staat de data, wat kost overstappen in tijd en geld, en wat gebeurt er als de prijs verdubbelt of de dienst stopt. Die lijst is je eerste soevereiniteitsplan. Daarna kies je per regel: accepteren, afdekken of vervangen.